Knuffel

Voor mensen die trauma in hun kindertijd hebben meegemaakt, is het belangrijk om zich terug veilig te kunnen voelen. Dit kan op allerlei manieren. Eentje daarvan is een veilig voorwerp bij je hebben. Een voorwerp met een bepaalde positieve lading, een soort knuffel voor het gekwetste kind dat huishoudt in de volwassenen.

Ik heb de laatste veertien jaar ook zo’n voorwerp dat ik quasi altijd bij mij heb. En hoewel dit als een soort knuffel fungeert, is dit iets waarvan je niet meteen raar opkijkt. Iets dat past in de handtas van een volwassen vrouw.

Gisteren avond speelde ik dit voorwerp op mijn weg naar Melle kwijt.

Ik krijg moeilijk opgeschreven hoe erg ik dit vind. Ik voel me wat ontredderd en verdrietig. Het gekwetste kindje in mij is troosteloos.

Ik moet opnieuw op zoek naar een voorwerp met dezelfde positieve kracht. Een nieuw anker voor het kleine meisje.

Zucht!

Advertenties

Bommetje

Of ik er zeker van ben dat ik wil gaan graven in mijn verleden terwijl ik nu redelijk stabiel oog? En of ik het zie zitten om met mijn cocktail van medicatie aan de slag te gaan?

De dokter dropte dit bommetje een tijdje geleden in ons gesprek.

Dat blijkt overigens een van haar kwaliteiten te zijn, zo’n bommetje.

Hij miste zijn effect niet: ik werd even wankel in mijn overtuiging over of dit wel de juiste afdeling is. Ga ik dit zware traject aankunnen? En hoeveel wil ik van mijn prille, net herwonnen ‘stabiliteit’ op het spel zetten? Stabiliteit waar ik enorm hard voor gewerkt heb.

Ondertussen, anderhalve week later, merk ik dat ik overtuigder ben dan ooit tevoren. Ten eerste omdat de werking en de focus van de afdeling goed aanvoelt, ten tweede omdat ik weer maar eens merk hoe ik die stabiliteit in een knip weer kwijt ben.

En dus geef ik mezelf de kans en de tijd om goed te acclimatiseren en te wennen aan alle veranderingen om daarna hopelijk te kunnen knallen!

Take my hand

Zondag was het weer zo ver: we sloten ons koorjaar in stijl af met een knaller van een concert. Met de gepaste titel ‘take my hand’ namen wij ons publiek mee aan de hand door een mooi programma. Zowel klassiek, hedendaags en pop passeerden de revue.

Het is fijn om aan onze familie, goede vrienden en kennissen te laten horen waaraan we het laatste jaar werkten. Ik kijk dan ook steeds (lichtjes nerveus) uit naar dit moment.

Dit jaar was dit anders.

Er hing een waas over mij die me wat onverschillig maakte. Het leek alsof ik mezelf soms niet was. Alsof mijn omhulsel zielloos was en ik met momenten op automatische piloot zong.

Ik ben een krak in het verstoppen van wazige momenten en ben er dan ook zeker van dat de meerderheid dit niet gemerkt heeft. Maar mijn dirigent sloeg na het concert de nagel op de kop toen ze zei dat het klonk alsof ik er niet echt in zat, waarna ze zei dat zelfs in een waas ik nog steeds knalde.

Een ding is zeker: deze waas is mijn lijf probeert me iets te vertellen. En hoe zeer ik ook wil dat het zwijgt, ik denk wel dat ik baat heb bij een rustigere periode dan de laatste drukke weken.

To do: inzetten op rust!

Ohja, voor iedereen die nieuwsgierig is naar het Leuvense koor waarin ik zing: concert op 11/06 in Kessel-lo. Info bij mij!

DIS

Een nieuwe afdeling betekent een nieuwe manier van werken. En daar komen ook heel wat nieuwe inzichten bij.

Zo is er bijvoorbeeld de theorie dat wat ooit als psychotisch omschreven werd misschien wel past binnen een dissociatieve identiteitsstoornis.

En dat haalt me overhoop, want waar kan ik nog van aan?

Toen ik ooit het etiket ‘psychose nao’ kreeg opgeplakt, bracht dit voor mij klaarheid. Ik had al jaren last van een groot beest dat eindelijk een naam kreeg. Dit maakte al mijn klachten werkbaarder.

En hoewel ik de laatste jaren wel vaker hoorde hoe ik geen typische psychoot ben, kon in me toch identificeren met dit label. Ik zocht en vond handvaten die me een beetje grip gaven op waar ik al jaren op botste.

Maar het bleef balanceren op een slappe koord. Want ondanks de lange zoektocht naar de juiste medicatie en therapie, bleef ik veel last hebben van zwarte gaten in mijn geheugen en andere klachten die niet per se verklaard konden worden door die psychotische kwetsbaarheid.

De nieuwe inzichten voelen hierdoor niet als een bedreiging aan. Integendeel, ik kan me hier steeds meer in vinden.

Ik weet nog niet veel weet over die dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), maar de kenmerken klinken me niet vreemd in de oren.

Het horen van kindstemmen, het oprollen in een bolletje bij angst en het kwijtspelen van tijd zijn bijvoorbeeld klachten die volledig passen bij DIS.

Dit is een vernuft beschermingspatroon dat zich heeft gesetteld naar aanleiding van trauma op jonge leeftijd. Het patroon manifesteert zich in verschillende delen die elk hun specifieke functie hebben binnen mijn bestaan.

En net als dat het een zoektocht was toen ik tien jaar geleden mijn etiket ‘psychotische kwetsbaarheid’ kreeg, zal het nu ook zoeken worden naar hoe ik hiermee aan de slag kan.

Maar ik voel dat ik steeds dichter bij de essentie kom, en dat maakt de zoektocht de moeite waard.

Flou

Het is flou in mijn hoofd, alle stemmen verwarren wat te geloven.

De grote veranderingen van de laatste weken laten hun sporen na. Hetgeen ik hiervoor in Bierbeek als mogelijk zag op vlak van activiteiten en hobby’s, is dat nu helaas niet meer.

De verandering van begeleiding, groep en omgeving wegen zwaarder door dan dat ik op voorhand had ingeschat.

Het zijn niet enkel de nieuwe prikkels die voor de oorlog in mijn zijn zorgen, maar ook enkele nieuwe inzichten die me overhoop halen. Hierbij wordt alles wat ik hiervoor kende op zijn kop gezet.

De laatste dagen zijn dan ook een grote strijd. Ik hou mezelf met moeite bijeen en zak voortdurend weg in het toen en daar. Het is constant schipperen en zoeken tussen net genoeg prikkels om niet weg te zakken, maar niet te veel prikkels in mijn omgeving om overprikkeld te geraken.

Het vechten ben ik meer dan moe, de strijd duurt te me te lang. Voorlopig zet ik in op rust, vooral vanuit noodzaak. En balen dat ik hierdoor doe!

Present

Een dikke week, zo lang ben ik nu in opname in Melle. Het was een week vol indrukken waarbij ik vaak in verbazing viel.

Het is fijn om te merken hoe alert ze hier zijn. De kleine afdeling en een heel presente houding maken dat er weinig onopgemerkt blijft.

In een nieuwe omgeving vertoeven is zeker niet gemakkelijk en zorgt ervoor dat ik mij vaak wazig voel. De dissociatie loerde om het hoekje, de wazigheid was present.

Maar laat dissociatieve toestanden nu net de ‘core-business’ zijn op deze afdeling. En ook op vlak van eten en drinken weten ze alles is de gaten te houden. Het stoppen met drinken en minder eten werd meteen gezien.

Samen gingen we aan de slag: mijn eetschema werd bekeken, het faseplan dat ik in Bierbeek gebruikte, vertaald naar de werking van hier op Umoja.

Het geeft me vertrouwen, in denk echt dat ik hier zinvol werk ga kunnen verrichten!

Indrukken

De praktische kant van de verhuis naar Melle had ik tot in de puntjes geregeld. Zo was er toch een beetje voorspelbaarheid die als tegengewicht kon dienen tegen al dat enge en nieuwe.

En dat dat nodig was!

Ik kwam hier gisteren toe en al die indrukken overvielen me wel. Ik was dan ook bekaf toen in ’s avonds in mijn nieuwe bed kroop.

De nacht vulde zich met nachtmerries, ik werd verward wakker.

Vandaag begon ik op een rustig tempo, woensdag voormiddag hebben we vrij. In de namiddag nam ik deel aan mijn eerste sessie en moest ik bij de huisarts langs.

Ik merk dat de prikkels me toch wazig maken en vind het moeilijk om in het hier en nu te blijven.Ik voel me wazig en dissociatie loert om het hoekje. Het stelt me wel gerust dat ze hier heel gekend zijn met zulke situaties.

Ik neem me voor om mezelf de nodige tijd te geven om wat te acclimatiseren, maar heb er op dit moment wel vertrouwen in dat ik hier iets ga kunnen doen!

 

 

Verhuis

Het wachten was een gewoonte geworden.

Vanaf de intake kreeg ik de boodschap dat het wel even kon duren voor ik op hun gespecialiseerde afdeling terecht kon. En dat was ook zo. Een half jaar werd een jaar en daar kwamen nog eens acht maanden bij.

Twee weken geleden belden we om nog eens te polsen, ik moest mikken op het eind van de zomer. En omdat we het wachten gewoon geworden waren, ging ik hier in Bierbeek verder aan de slag met mijn therapie.

Ik was dan ook verbluft toen ik vorige week het telefoontje kreeg dat er een plekje vrijgekomen was voor mij.

De planning van de volgende maanden kwam in een stroomversnelling. Ineens werd ik geconfronteerd met het moeten afscheid nemen van een plek waar ik de afgelopen eenentwintig maanden verbleef.

Mijn armen waren te kort om dit gegeven te omarmen, mijn hoofd te klein. Ik was even volledig van de kaart en stortte me voluit op het praktische van dit gegeven: inpakken, afscheidscadeautjes, koffer maken, vervoer regelen, afspraken van de komende weken afbellen, …

Het vertrek is met gemengde gevoelens. Ik laat een plek achter die mij de afgelopen twee jaar zo hard heeft geholpen. Ik moet afscheid nemen van het prachtig team dat met mij deze weg liep en vertrek naar een onbekende plek die niet bij de deur is.

Ik start deze nieuwe fase met een klein hartje, maar ik heb ook hoop!

 

Schrijfkamp

Nadat ik vorig jaar ijverig de blauwdruk van mijn boek schreef, bleef het daarna stil rond mijn project. Ik geraakte niet terug in de drive die ik ervoer toen ik hem schreef. Ik zocht naar een nieuwe adem. Nieuwe energie om verder te werken aan dit persoonlijk werk.

Dit weekend vond ik die adem.

Op weekend met een groep jongeren waar we door kleine opdrachtjes geprikkeld worden om te schrijven. En plezant dat dat is!

Hieronder een stukje, geschreven aan de hand van een afbeelding.

‘Maar hoe kom ik hier dan terecht?!’

Ze zucht, kijkt indringend en laat de stilte klinken.

Ik heb, op een hemdje en een slip na, niets aan. Mijn haar ligt warrig op mijn schedel, net zo warrig als de flitsten die door mijn hoofd schieten.

‘Of je al weet welke dag we zijn?’ vraagt ze nogmaals. Haar houding is streng en eerder gesloten. Ze zit op een gereserveerde afstand van mij.

‘Zond..? Neen, vrijdag. Ik ben er zeker van, denk ik.. Dat weet ik niet, neen.’

Gestamel, woorden die maar half uitgesproken worden. Alles wat gezegd wordt voelt scherp in deze waas.

‘Het is hier koud’ merk ik op. De planken vloer houdt de warmte niet vast en dat voel ik aan mijn blote voeten.

‘Het is al lang koud,’ zeg ik. ‘Koud in mijn ziel, koud in mijn hart. Ik weet niet wat, ik weet niet hoe… Ik wil slapen, maar kom er niet toe.’

Ze kijkt, blijf stil naast mij zitten en luistert. Minuten tikken voorbij. Ze vervliegen vluchtig. En toch voelt het aan alsof hier, in deze ruimte, de tijd stilstaat.

Weg van de wereld, in een cocon.

Ze blijft nog even bij mij. Ik weet niet hoe lang ze er al zit. Ik leg me neer en probeer te slapen.

Als ik wakker word, is ze weg. Ik lees op de lakens de naam van het ziekenhuis waarin ik me bevind. Ik heb geen idee hoe ik hier kom of hoe lang ik hier al ben. En ook daarvoor zit een groot gat in mijn geheugen.

Ik ben bang. Hoe past dit in het complot? En wie zit er achter die camera die op mijn bed gericht is?

Geklop. Ze komt binnen met een plateau met een eerder sober ontbijt. De geur van de kruidenkaas kruipt omhoog, mijn neus binnen. Ik voel mijn maag keren, mijn lijf speelt op en ik word ziek.

Warrig

Daar lig ik dan, onder de camera van de PAK. Wazig en niet ik het hier en nu, maar vooral heel angstig om mijn eigen, destructieve gedachten.

Ik moet plassen maar moet daarvoor uit het veilige zicht van de camera.

Ik durf het niet.

Het voelt aan alsof de externe controle het enige is wat mij veiligheid kan bieden. Op mezelf durf ik niet te rekenen, de beelden zijn te fel.

Ik vraag me af hoe ik in deze situatie terecht kom. Ik wurm me doorheen de waas in mijn hoofd, maar krijg geen vat op mijn gedachten.

Ik mis een stuk van de dag en heb geen idee wanneer de dissociatie exact begon.

De belevingen in mijn hoofd lijken echt, ik verzuip in de horror die ik voel. Ik ben zo bang.

Er wordt besloten over te gaan naar een afzondering, voor mijn rust en veiligheid.

Ik ben warrig en voel me gefaald.

Zucht!