Ommezwaai 

Het is iets raars, die veerkracht van mij. 

Opeens is er weer een ommezwaai. 

Niet dat ik uit het niets het licht zie, maat ik voel dat ik terug in beweging ben. 

Stap voor stap, terug de juiste richting uit. 

Ik merk het aan hoe ik meer dingen doe. Sterker nog, ik had zelfs een drukke week. 

Afspreken met vriendinnen, een individuele therapiesessie, plannen maken voor de feestdagen, repeteren, vergaderen, … Gewoon al het feit dat ik mijn agenda terug gebruik is een hele verandering. 

Terug plannen. Terug vooruitkijken. 

Dat er de nodige vermoeidheid bij komt kijken, neem ik er voorlopig graag bij. 

Ik geniet vooral. En dat misschien wel tegen beter weten in, want een terugval loert altijd om de hoek.

Maar voorlopig dus vooral leuke, drukke dagen in ‘t vooruitzicht. Want het mag ook wel eens meezitten 😊

Advertenties

Rouw

Dit weekend mocht ik op een begrafenis onder andere het mooie Pie Jesu van Andrew Lloyd Webber zingen.  

De overledene kende ik niet, maar het werd een intense ervaring om zo dicht bij het verdriet rond de dood te zijn terwijl ik zelf zo met dit thema bezig ben. 

Het zien hoe een kerk vol liep met rouwende mensen en het immense verdriet van zo velen was toch best wel confronterend. 

En hoe moeilijk ik dit ook vond, het is wel oke dat zo’n dingen gebeuren. 

Het is goed dat ik geconfronteerd wordt met het verdriet en de leegte die nagelaten wordt na een overlijden. Ookal is dit voor mij moeilijk invoelbaar als het over mezelf gaat. 

Ik vind het enorm helpend en verhelderend om hier open over te kunnen spreken. Hierdoor merk ik niet alleen dat mijn rouwproces rond m’n eigen leven niet per se parallel loopt met dat van de mensen die me dierbaar zijn, ik ontdek er ook dingen door waarvoor ik wel nog wil doorzetten. 

En dat vind ik steeds weer fijne ontdekkingen. 

Muurvast

Ik zit vast. Muurvast. 
Op zich geen nieuw nieuws. Ik ben alweer 3 maanden in opname. Het is dus wel duidelijk dat dingen niet lopen zoals ze horen.

Maar zelfs in opname zit ik vast. 

Ik verhuis van kliniek naar kliniek, van afdeling naar afdeling en van mijn kamer naar de afzondering. 

Mijn dagen zijn leeg. Geen gedachten, geen gevoelens en geen dingen die ik doe. Ik slaap de meeste dagdelen dan ook weg. 

De verpletterende leegte laat veel ruimte voor symptomen en die zijn er in overvloed. 

Nog nooit tevoren was mijn eetstoornis zo aanwezig.

Op dit moment ben ik dan ook op time out: even van op een afstand kijken waarop ik dan exact bots. En helaas is het antwoord op die vraag niet zo fijn. 

Ik wil het allemaal (even) niet meer. De drang naar destructie is zo groot, de strijd te zwaar. 

Ik vecht al lang. En hoewel ik ook wel zie dat er betere periodes waren en dat die er waarschijnlijk ook terug zullen aankomen, ben ik nu moe. 

Ik wil dat dit intensieve gevecht stopt. Of op z’n minst toch een beetje afneemt …


Vergif

Turbulent. Dat was het op z’n minst. 

En verschrikkelijk. Pijnlijk, angstig en tormenterend.

Een vriendin vroeg me gisteren op ziekenbezoek waarom ik er niet meer over blogde, want dat dat me toch deugd doet. Gelijk had ze. 

En dus blog ik nu, op deze dag van een nieuwe start dit bericht. 

Een nieuwe start omdat ik terug wil delen, maar ook een nieuwe start omdat ik vandaag fysiek opnieuw begin. 

Na een periode van waanzin in mijn hoofd en letterlijk niets in mijn lijf werd ik deze keer fysiek ziek. Mijn angsten vergiftigde niet enkel mijn hoofd maar ook mijn lijf. 
Na een periode van intensieve zorgen in gasthuisberg, ben ik ondertussen aan de betere hand. Ik keerde vandaag dan ook terug naar de psychiatrische observatieafdeling waar ik van kwam. 

En hoezeer ik ook voel dat dit geen bijlange nog geen gestreden strijd is, start ik weer vol goede moed. 

Omdat opgeven geen optie is.

Boek 

Vandaag las ik een boek. 

Dat lijkt op zich niet zo spectaculair, maar dat is het wel. 

De afgelopen maanden kon ik deze hobby van mij namelijk niet meer uitoefenen. Ik las en herlas zinnen zonder te weten wat er stond. Met de concentratie van een vod poogde ik vaak maar slaagde ik niet. 

Tot vandaag. 

Het werd een thriller. Geen goeie, zo bleek ver voor halverwege al, maar ach. 

En natuurlijk waren er de nodige dutjes als de concentratie het even liet afweten, maar ook dat vond ik allemaal niet zo erg. 

Vandaag las ik een boek 😊

Too quiet 

Ik wil al een tijdje een blogbericht schrijven. Omdat het me fijn lijkt dat mensen op de hoogte zijn en blijven, maar ook omdat het me deugd zou doen. 

Maar er komt niets. Geen mooie woorden, geen ritmische zinnen.

(Enkel dat zinnetje uit mijn favoriet spelletje op de n64, gezegd vlak voordat de vijand genadeloos toeslaat: “it’s quiet, too quiet”. Maar dat zegt jullie waarschijnlijk niet veel.)

De crisis uit mijn vorige blogberichten bereidde zich uit. Het werd er zo eentje om U tegen te zeggen, al doe ik dat liever niet. 

Psychotische momenten wisselden zich af met momenten van volledig wazig en van de wereld zijn. Daarnaast staken er ook heel wat symptomen terug de kop op. 

Na medicatieswitch 1 kwam medicatieswitch 2. “Met een stevige dosis, zodat het hopelijk snel aanslaat.” Zei de arts van de afdeling waar ik nu verblijf. 

Zij had duidelijk meer hoop dan ikzelf. 

Maar de hoop was terecht, er is weldegelijk beterschap op psychotisch vlak na medicatieswitch 2. En ook de herbelevingen verdwenen terug wat naar de achtergrond. 

Maar u hoor me misschien al aankomen: stevige dosis = (mogelijks) stevige bijwerkingen. 

En ik heb weer prijs. 

Ik voel me lamgeslagen, volledig leeg. De creativiteit die ik daarvoor ervoer, verdween volledig. Mijn dagen vul ik met het binge-watchen van hersenloze series zodat er toch iets tegenover deze immense leegte staat. 

Daarnaast is ook de vervelende bewegingsdrang weer aanwezig. Het lijkt alsof er drank met spuit door mijn lijf bruist. En des te harder ik schud met mijn benen, des te rustelozer ik me voel. 

Ik ben deze cirkelbeweging waar ik in zit zo beu! 

Cocoonen

Een week, oftewel 168 uur. Zo lang ben ik nu al ontslagen uit het ziekenhuis. En van de 168 sliep ik er zeker 135.

Mijn dagen breng ik door in bed. Daar slaap ik de ondraaglijke momenten weg. Overdag droomloos, ’s nachts gevuld met nachtmerries. Vreemd hoe zo iets kan. Alsof mijn slaap onderscheid maakt tussen de ‘veilige’ dagen en die vreselijke nachten.

Ik ben al heel mijn leven een slechte slaper, maar soms gaat mijn lijf in een soort ‘trauma-modus’ waarbij alles te veel energie vreet en ik niet anders kan dan cocoonen in mijn bed. Weg van alle prikkels, weg van de angst.

Sommige mensen zeggen dat ik dat dan maar moet doen, de crisis weg slapen en dat gigantisch slaaptekort inhalen. Anderen vinden dat ik vlucht en dat ik terug in actie moet schieten. Beide groepen klinken even bezorgd.

Ik wou dat ik het aan mijn hulpverleners kon vragen: een objectief antwoord over wat dan goed of slecht zou zijn. Een soort van handleiding over hoe om te gaan met deze crisis. Maar het is vakantieperiode en dus zijn zij met verlof.

Daarnaast wil ik vooral dat het stopt.

Ik vocht al te vaak met dit monster. Al veel te veel werd mijn leven op z’n kop gezet door deze demonen. En hoewel je dan zou denken dat ik de nodige tools om dit te counteren wel onder de knie zou moeten hebben, baart oefening weinig kunst als je ’t mij vraagt.

Het lijkt alsof ik telkens weer beland in een staat van reddeloosheid. Alsof ik even weer een kind van 1,5 word: een beperkte taal, nog niet echt op mijn benen kunnen staan en vooral heel afhankelijk van zorgfiguren.

Misschien is het beste medicijn -in afwachting van de werking van de aanpassing van mijn neuroleptica- wel tijd. Mezelf de tijd gunnen om hulpeloos te zijn en mij laten omringen met zij die mij die tijd gunnen.

 

Het C-woord

Hét gevreesde woord viel vandaag uiteindelijk toch. 

Chroniciteit. 

En hoe een afdeling voor mensen met chronische psychoses mij zou kunnen helpen op dit moment. 

Daar zat ik dan, verdwaasd. 

Ik weet natuurlijk ook wel dat ik ondertussen al ongeveer de helft van mijn leven met deze kwetsbaarheid leef en dat daarvan het merendeel een gevecht was, maar ik vond het toch bijzonder moeilijk om dit te horen. 

Chronisch. 

Ik voelde de hoop me zo ontglippen, want wat ik hoorde was een leven lang moeten vechten tegen deze demonen. 

Zucht. 

Zelfzorg

Het concept was veelbelovend: een mooie afsluiter van ons Utopia-jaar. Er was de bbq die eigenlijk een spaghetti-avond werd. En er was een vuurkorf en kaarsen aan de rand van het bos. 

Maar er waren ook de verschrikkelijke hallucinaties. Getriggerd door de schaduwen van het dansend kaarslicht werd de avond vooral een gevecht. 

En hoe meer ik probeerde om de gesprekken rond me te volgen, hoe eenzamer ik me voelde wegzakken in de gedachtenmoes in mijn hoofd. Angst om de realiteit te verliezen vermengde zich met de angst voor de schimmen. 

M’n liefste haar bezorgde vragen kwamen amper binnen, ik was vechtend en doodsbang.

Totaal uitgeput ging ik, in plaats van de volgende avond, in het midden van de nacht terug naar het cic.

Omdat zelfzorg soms ook inhoudt dat anderen voor je mogen zorgen. 

Brij

Het zingen wierp dubbele vruchten af.

Ik voelde me niet alleen een stuk rustiger, maar legde ook door de muziek mijn eerste prille contacten met de medecliënten. Niets groots, niets speciaal, maar de sporadische babbels doorbreken de eenzame, vermoeiende brij in mijn hoofd.

Want die is er helaas wel.

Mijn hoofd vult zich weer meer met achterdochtige gedachten en ook de hallucinaties nemen toe. En hoewel dat dit bekend is voor mij, blijf ik me verbazen over hoe moeilijk het is om op het moment zelf aan te geven dat deze gedachten en belevingen erger worden.

Het verzwijgen dat de psychotische elementen erger worden, werkt natuurlijk alleen maar nefast. En toch laat ik me nog makkelijk vangen in het isolement dat de kop opsteekt vanaf dat ik mij waziger ga voelen.

Ik weet wel dat dit net typisch is aan deze kwetsbaarheid: de achterdocht en de hallucinaties maken dat communiceren over de achterdocht en de hallucinaties moeilijk wordt.

’t Is een soep. Eentje waarvan ik serieus baal.

Maar er is beterschap op komst. Om de warrigheid wat te ontrafelen en te objectiveren, werk ik al een hele tijd met registraties. Hierin scoor ik een aantal dingen waar ik dagelijks op bots zoals de aanwezigheid van psychotische belevingen. Vrijdag haalde ik deze zelf aan in een gesprek. Vanaf nu gebruik ik deze documenten om aan te geven hoe het met me gaat.

Omdat erover praten me hopelijk toch wat meer in de realiteit houdt.