Gejaag

Het raast in mij. 

Soms voelt het als kleine beestjes, maar meestal als gigantische brokken die door mijn lijf jagen. Of wild woelend water. 

Als gevolg ervaar ik een constante spierspanning. Stilzitten is niet aan de orde. In bed liggen is een kwelling: te veel gejaag. 

Ik wil dat alles snel gaat, gesynchroniseerd met het tempo van mijn zijn. 

Concentratie lijkt een verre droom, lezen werd quasi onmogelijk.

De wiebelende benen maken me rustig en nerveus tegelijk.

Het lijk alsof ik bruis van de energie, maar op de zeldzame momenten dat het razen stop, zak ik ineen als een pudding.

Ik wil rust! 

Plannen

Het is druk de laatste tijd!

Mijn leven vul ik met leuke projecten, uitdagingen op zanggebied, een boeiende studie, veel toffe vrijwilligerswerken, fijne contacten en spannende getuigenissen.

Ik ging bijvoorbeeld voor het eerst getuigen in een school en kreeg een zeer leuke, dankbare groep voor mij die vol aandacht luisterden naar mijn verhaal. Achteraf werd ik door enkele leerlingen aangesproken over hun herkenning in mijn verhaal. Op zich niet super, want ze herkenden zich in moeilijke en pijnlijke zaken, maar wel fijn om voor hun een baken van hoop te kunnen zijn en zo hopelijk een verschil te kunnen maken. Een hele ervaring die ik afsloot met een goed gevoel.

Daarnaast loop ik sinds kort mee met twee ervaringswerkers, elk op hun eigen werkplek. De eerste keren best moeilijk, maar ik doe massa’s ervaring op en vind dit zalig!

De drukte heeft ook minder positieve kanten: Ik raas, sta niet stil en heb weinig tijd voor belangrijke dingen en mensen.

Ik merk bij mezelf een verhoogde onrust. Een geraas door mijn lijf, een gejaagdheid. Stilzitten is niet mijn sterkste kant op dit moment en ook slapen wordt er hierdoor niet makkelijker op. Ik kom ook pas laat thuis, waarna ik door deze onrust nog een hele poos nodig heb om om slaap te vallen. Dit in combinatie met mijn vervroegd opstaan-uur  (waaraan ik me nog steeds consequent hou) en ik kom uit bij kortere nachten.

Minder slaap maakt me niet enkel moe, maar ook emotioneel. Ik merk dat ik terug verdrietig ben. Het gekwetste kind in mij roept. Ik wil verzorgd worden. Als automatische reactie ga ik in mijn sterke stuk staan en neem ik er nog wat afspraken bij. Hierdoor zie ik mijn vrienden, de personen die voor mij kunnen zorgen te weinig.

Ik ken dit patroon gelukkig maar al te goed en maakte dus wat tijd vrij de komende dagen. Tijd voor mezelf, om te zijn met mijn verdriet. Niet om te wentelen in, maar om stil te staan bij.

Het nieuwe ritme brengt, naast actief waken over genoeg slaap, nog een aantal aandachtspunten met zich mee: Ik moet bewust inplannen wanneer ik een momentje voor mezelf inbouw en letten op gezonde en gevarieerde voeding. Want ook dat schoot er door tijdsgebrek namelijk tussen uit.

Ik maakte samen met de diëtiste een planning, plande een bezoek aan een supermarkt en kocht mij een hoop gezonde voeding.

img_2048

Goed plannen blijkt de boodschap, zo leerde ik ooit.

En laat dat nu net geen talent van mijzelf zijn.

Maar oefening baart kunst, naar ’t schijnt.

Utopia

Ik ben al een tijdje bezig met een project rond Utopia. Het doel is om met mensen met een slachtoffer-ervaring en daders kunst te maken. Op het programma: theater in de gevangenis, zang met gedetineerden, digital storytelling en een afsluitende tentoonstelling. Een zeer boeiend project, als je ’t mij vraagt!

Dit weekend zijn we op weekend. Ik koos ervoor om niet in de gevangenis te komen. Te confronterend, te dicht op m’n vel. Geen toneel of zang voor mij dus.

Ik werkte vandaag aan de digital storytelling. Hierbij schijf je een stukje tekst rond, in ons geval, je slachtoffer-ervaring. Je spreek je dit in en plaatst er beelden bij. We gingen stapsgewijs aan de slag: via schrijf- en beeldoefeningen bouwden we het eindelijke verhaal op.

Creatief aan de slag gaan is echt wel mijn ding. Ik leefde me volledig uit met het finetunen van mijn tekst en het zoeken van de beste afbeeldingen.

Door het zware thema was het best wel een hevige dag. Het creatief uitleven maakte dat ik hier eerst niet meteen mee bezig was. Ik werkte resultaat-gericht tegen een aardig tempo zonder stil te staan bij mijn gevoel. Tot de avond viel..

Er overviel me een gevoel van onrust. Terugkijkend op de dag besefte ik dat deze er al de hele tijd zat, maar ik ving hem niet eerder op.

Na het avondeten zette ik me even apart. Ik speelde nog eens op mijn gitaar en zong hierbij. Deugddoend!

De avond sloten we af met z’n allen aan de open haard. We zongen, deelden en lachten samen.

Gezelligheid troef!

Slaapritme

Ik ben aan mijn slaapritme aan het werken. Dat was nodig, want de vermoeidheid en de wazige ochtenden spelen me nog steeds parten. Zeker nu dat de medicatie verder afgebouwd werd. Dit maakt dat ik ’s avonds minder moe word door de medicatie en dus minder snel de nood voel te slapen. 

De tactiek? steeds op hetzelfde uur opstaan, welke weekdag het ook is. Hiermee hoop ik een bioritme te installeren waar een moment van ’s  avonds gaan slapen automatisch volgt. 

En dus sta ik elke ochtend mooi, braaf en vooral vroeg op.

Maar zoals ik zei: ik ben hieraan aan het werken en dit brengt een periode van overgang met zich mee. Een periode waarin ik vroeg opsta, maar nog zoekende ben naar dat juiste slaapmoment. Dit met veel vermoeidheid tot gevolg. 

Nog meer. 

Daardoor zit alles even tegen. Ik ben moe, heb hoofdpijn en ben mottig. Ik wil alleen maar slapen. Hier en nu. 

Maar ik moet studeren voor mijn examen, heb nog les en een drukke agenda vol dingen die ik graag doe.  

En dus houd ik vol, met moe hoofd, met drukke agenda. Omdat ik de dingen graag doe :).

Zorg

‘Of ik dan echt helemaal niets voel?’ vroeg zij me.

Ik kon niet anders dan beamen, want die verdomd afgevlakte toestand is er nog steeds.

Op haar vraag of dat dan iets goed was, bleef ik het antwoord schuldig. Je zou namelijk denken dat na jaren lang getormenteerd te zijn door verschrikkelijke pijnen, akelige angsten en hels verdriet, een afgevlaktheid wel eens een opluchting kan zijn. Dat dácht ik ook.

Het is erg frustrerend om een leven vol dingen te hebben waarvan je weet dat je ze leuk vindt, maar daar letterlijk niets van te voelen.  Dus spreek ik mezelf toe over hoe leuk ik deze dingen vind, want dat weet ik wel.

Tijdens ons gesprek kwam ze tot de bedenking dat ik wel wat zorg misloop door mijn gevoelsleven, mijn rugzak, niet te kunnen uiten. En hoe eenzaam haar dat leek.

En weer beaamde ik.

Ik nestelde mijn hoofd op haar schouder, luisterde naar haar lieve woorden en genoot van haar zorg voor mij.