Verhuis

Een totebag met wat badkamerspulletjes, mijn iPad en mijn gitaar. Meer had ik in de laatste anderhalve week prikkelarme kamer niet verzameld. De verhuis naar mijn gewone kamer verliep op dat vlak dus vlot.

Op het niet praktische vlak boezemt het me vooral wat angst in, want meer verantwoordelijkheden krijgen klinkt ontzettend moeilijk in mijn hoofd.

Ik merk het ook in mijn zijn: ik ben doodop maar durf niet gaan rusten en loop maar wat verloren rond op een afdeling waar ik m’n veilige plekje even kwijt ben.

En toch was het op mijn vraag en zie ik het dus ook wel zitten, deze stap in de goede richting.

Het worden alvast spannende nachten waarin ik ga moeten vertrouwen op dat krachtige stuk in mij dat wel weet wanneer het niet oké is en ik om hulp moet roepen.

Duimen mag! 😉

Advertenties

Doodgraag

Ik zie haar graag. Doodgraag.

Dat dat een wetmatigheid is, staat voor mij al jaren vast.

Verliefdheid ging over in houden van, en dat terwijl we niet als koppel door het leven gaan. Dat laatste vind ik trouwens niet eens zo erg.

Maar iemand zo graag zien is niet altijd gemakkelijk.

In het hele proces dat ik nu doorloop en het helse afzien, zou het gemakkelijk zijn moest er niets of niemand zijn waarvoor ik het wil volhouden. Gewoon zonder schuldgevoelens opgeven omdat niets of niemand me hier houdt klinkt soms aanlokkelijk.

Maar niets is dus minder waar. Want naast haar zijn er nog dingen die me toch dat extra duwtje geven om weer even verder te kunnen.

Maar daar gaat dit bericht niet over. In dit bericht breng ik nog eens een ode aan haar, omdat ik dat -ondanks mijn goedbedoelde pogingen- toch nog steeds te weinig doe.

Ik schreef het al eerder, maar met haar wil ik oud worden. Gezellig bijpraten aan een groot vuur, door haar gestookt. Mijmerend over ver vervlogen tijden en dromend over die die nog komen moeten.

Of gewoon, even naast elkaar liggen en niets zeggen. Want geen woord is groot genoeg om mijn dankbaarheid naar haar uit te drukken. Geen zin poëtisch genoeg om mijn verwondering voor haar kracht in woorden te gieten. Geen stilte lang genoeg om uit-genoten te geraken.

Dus liefste,

Een aai over je bol, een stip op je neus.

Een innige knuffel, een kus op je wang.

Eeuwige liefde en oh zo’n respect.

Ik zie je graag!

Bbx

Magisch medicijn

Muziek, het blijft een magisch medicijn.

Zoals gisteren bijvoorbeeld.

Ik had echt een rotweek. Te veel hallucinaties, te veel prikkels, te weinig rust in mijn hoofd. Ik bracht de hele week door in een prikkelarmere kamer en deed slechts enkele van de therapieën en eetmomenten mee.

De noodknop werd voor even mijn beste vriend want ik was vaak meer uit dan in de realiteit.

Maar gisteren kwam daar eventjes een ommekeer in. Ik had sowieso al een betere dag toen een van de verpleegkundigen mij achter mijn zang vroeg. En of ze dat dan eens mocht horen.

Na alles wat zij voor mij deden de afgelopen periode, was dit een vraag waar ik geen neen op kon zeggen.

En wat bleek? Ze kon zelf echt goed gitaar spelen. Lisa’s enthousiasme maakte dat we 10 minuten later ons in de living hadden geïnstalleerd. Zij op de gitaar en ik al zingend vrolijkten we niet alleen mijn hoofd wat op, maar ook dat van enkele toeschouwers.

Nen dikke merci voor je enthousiast duwtje, Lisa!

Déjà-entendu’tje

Daarnet had ik een déjà-entendu’tje.

Het loopt wat lastiger deze week. Nuja, serieus wat lastiger om eerlijk te zijn.

Dagen breng ik onder invloed van sederende medicatie al slapend door in een prikkelarme ruimte en er zijn meer momenten waarop ik in paniek ben dan dat goed voor me zijn.

En dus kwam er de boodschap dat ze niet zeker weten of ze me wel de goede zorg kunnen bieden. Een déjà-entendu’tje dus.

Want dat is nu net het lastige aan meerdere etiketjes: je hoort nergens echt thuis.

Vaak hang ik af van hoe ver een afdeling wilt afwijken van hun norm en ik moet zeggen dat ik het daarmee hier op de mbu wel getroffen mee heb. En dat zelfs ondanks de moeilijke boodschap die ik net kreeg.

We gaan trouwens voor de gulden middenweg: een weekendje op de afdeling ter beveiliging, maar met enkele concrete doelen en stappen die van mij gevraagd worden.

Een compromis waarin ik me zeker kan vinden.

Liza

Liefste Liza,

Vannacht danste je nog eens door mijn gedachten. Niet dat dat uitzonderlijk is, je doet dat nogal vaak.

Ik ben de tel kwijt van hoe lang het nu alweer geleden is dat ik je nog zag. Of dat ik je mooie stem mocht horen zingen, immers vrolijk. Maar te lang geleden is een understatement.

Ik denk dat je de laatste tijd zo veel in mijn hoofd danst omdat het verdriet om jouw dood zo een schril contrast vormt met mijn wens dat deze pijn stopt.

Als een soort wake-up call word ik dan terug geslingerd naar de dag van jouw begrafenis. En hoe immens het verdriet toen was en nog steeds is.

Dus liefste Liza, ik hoop je nog veel tegen te komen in mijn dromen. Als een sprankeltje moed. Of gewoon omdat ik je mis.

Overprikkeld

Meer dan één etiketje hebben, het maakt de dingen zo complex.

Behandeling voor het een prikkelt het andere en andersom. Dat is op zich geen nieuw gegeven, maar het is elke keer weer zo balen als dit gebeurd!

Zo was het de laatste dagen weer een gevecht van jewelste.

Na een opbouw van dagen lang overprikkeld rond te lopen, ging ik vanaf maandag de mist in. Echt alles was me te veel, ook de maaltijdmomenten. En laat net die zo belangrijk zijn op een eetstoornisafdeling.

Ik vocht er nog tegen, vroeg om hulp en nam extra medicatie in, maar niets volstond. Uiteindelijk kwam ik na overleg met de arts op een prikkelarme kamer terecht waar ik tot rust kon komen.

Uiteindelijk bracht ik hier twee keer een periode en een nacht in door.

Het is een vreemd gegeven dat een witte kamer met enkel een klok, een kamer die voor de meeste mensen pure horror betekent, voor mij zo rustgevend werkt.

Maar het werkt, dat is voorlopig het voornaamste.

Structuur 

De hoop die ik na mijn eerste dagen hier op de mind and body-unit (eetstoornisafdeling) had, bleek terecht te zijn. 

De eetstructuur is soms vervloekenswaardig, maar doet me ook zo veel deugd. 

Op geregelde tijdstippen vaste porties eten. Een makkie voor velen, een struikelblok voor mij. Want naast de psychotische kwetsbaarheid die ik meedraag, ben ik ook al jaren lang eetstoornispatient. 

En hoe open en gemakkelijk ik over mijn psychotische kronkels praat, hoe moeilijk ik het heb om het over die verdomde eetsoornis te hebben.  Het is dus niet verwonderlijk dat mensen doe me goed kennen hier niets van afweten. 

In het omgaan met de psychoses bleek structuur al een heel belangrijke sleutel in het verleden. Wel, dat is in het herstellen van een eetstoornis niet anders. 

En laat dat net het kakke van heel de zaak zijn. Hetgeen waarvoor ik nul aanleg heb, helpt me het meest vooruit. Ik hoef u dus niet uit te leggen hoe moeilijk dit voor mij is.

En toch merk ik nu alweer wat een effect een gestructureerd leven op mij heeft. Dus blijf ik proberen. Hopend op een moment van conditionering, hopend op herstel. 

Verhuis

Maandag was het zo ver, stap twee van het plan.

Na een zalig weekend van rust, creativiteit, warmte, humor, gezelligheid en nog meer van dat goeds, verhuisde ik sneller dan verwacht van de ene berg naar de andere. Weeral. 

Ik heb al best wat opnames achter de rug op verschillende plekken. Het viel de laatste tijd dus niet al te veel voor ergens voor het eerst te komen. 

Dat was deze keer wel het geval. 

De mind and body-unit is nieuw voor mij. En nieuwe omgevingen brengen stress met zich mee. Het waren dus al zware dagen voor mij. 

Maar de mensen zijn lief en er is veel structuur dus ben ik hoopvol.