Warmte

Ik zei het al wel eens eerder en zal het waarschijnlijk nog wel eens herhalen. Maar in de nasleep van de warmste week moet dit gezegd zijn: daar in die verre Kempen woont echt het warmste gezin dat ik ken!

Na ooit, langs mijn neus weg gezegd te hebben dat ik de feestdagen vaak alleen doorbreng, was het voor hen niet meer dan een evidentie dat ik bij hun kwam vieren. En zo geschiedde, al een aantal jaar ondertussen.

Wat voor hun zo vanzelfsprekend is, is voor mij toch elke keer weer zo speciaal. Mogen thuiskomen en dat in het gezin van een ander… het ontroert me keer op keer.

Hun traditie is om samen met je pakje een vers te schrijven. Dit jaar kreeg zij van mij dit:

Ooit huppelde ze m’n leven binnen.

Als een gazelle, zeer gezwind.

Ze fleurde m’n dagen op

Lachend

Gierend als een kind

Rond haar ogen steeds een fonkel, rond haar nek een meetlint

Maar zonneloos werd ze even verblind

Een hond die geen aaitje wilt, een kat die niet spint.

En toch is het de lust voor het leven en de creativiteit die ons verbindt.

Mijn liefste Eva,

bij de geboorte van dit kerstekind, noem ik je met veel liefde en warmte

mijn beminde vriend.

En tijdens het voordragen van dit gedicht, met al die ogen op mij gericht, voelde ik hoezeer dit gezin mij graag ziet en hoe warm ik daarvan word.

Fijne feestdagen iedereen! Ik hoop dat jullie allemaal zo een warme plek kunnen ervaren tijdens deze periode.

Advertenties

Afscheid

Morgen is het weer zo ver. Voor de zoveelste keer verhuis ik van ziekenhuis.

Ditmaal gaat een om een al lang op voorhand geplande verhuis. Geen crisissen of extreme gezondheidsproblemen dus.

Ze zeggen wel eens dat dingen wennen als je ze veel gaat doen. Ik spreek dat vandaag graag volmondig tegen.

Het telkens opnieuw een band opbouwen met mensen, je verhaal doen, samen crisissen doorworstelen en goede momenten meemaken is een intensief iets. Het afscheid nemen na zo een periode valt me dan ook elke keer weer zwaar.

Maar het moet. En dus maken we er het beste van.

Ik zette me de laatste week meer dan gewoonlijk achter mijn naaimachine voor band-handwerk en stikte afscheidscadeautjes. Ik schreef, las, herlas en herschreef een brief tot ik vond dat deze goed genoeg was om uit te drukken hoe ik me voel bij het afscheid.

Ze werden beiden met veel enthousiasme ontvangen, wat mij natuurlijk deugd deed.

En dus vertoef ik vanaf zaterdag terug ik Bierbeek. Op dezelfde en toch andere, hergestructureerde afdeling.

Spannend vind ik het. En enorm eng, dat ook. Maar om het met een uber-cliché te zeggen: ik sta ervoor en moet er door.

En dus denk ik aan de wijze woorden die iemand ooit zei: kop op, kap af.

Ik kan dit!

Ps: Thanks aan alle lieverds die mijn verblijf hier zo aangenaam maakte. En dan bedoel ik ook jullie. Peppie en kokkie 😉

Girls-night

Verveling en vermoeidheid. De perfecte combo voor een gefaalde avond.

Maar niets was minder waar.

Een avond die er uit zag als wat een vervelende, ellenlange avond leek te worden, werd uiteindelijk een leuke girls-night.

Voor zij die mij kennen, weten dat het helemaal niet mijn dada is, maar we lakten zelfs onze nagels :P.

Eerst dacht ik dit niet te bloggen. Te banaal, te hoog koetjes en kalfjes-gehalte. Tot iemand me zei dat het net die dingen zijn die ik ook moet bloggen.

En zo geschiedde.

Bij deze het voornemen om wat positiever te bloggen. Of eerder: ook over de positieve dingen te bloggen. Want het doet me wel deugd om ook die momenten in de verf te zetten.

En ohja: bedankt girls!

Kotsbeu

Ik ben het beu.

Slechte momenten vloeien over in momenten van iets meer rust om daarna weer vlotjes over te gaan in momenten van angst, paniek en hevige andere rot-emoties.

En dat ben ik dus beu. Kotsbeu.

Ik wens mezelf wat meer rust toe, zo van de die waar ik me amper iets bij voor kan stellen. Maar in mijn dromen klinkt dat fijn, rust.

Als een vriendin in zo een radeloze situatie zit, stel ik haar meestal deze vraag:

‘Droom grenzenloos, denk alle obstakels weg. Wat gebeurt er dan? Waar ben je? Wat doe je?’

Dit weekend stelde zij, mijn oorlogsmakker, me dezelfde vraag. Ik kreeg ze niet beantwoord op het feit dat ik rust wil na. Dit gevecht mag stoppen, deze oorlog duurt te lang. Het eindeloze vechten put me uit. Het mat me af.

Moegestreden. Moegevochten. Moegeleefd.

Wirwar

Ik was op vlak van eten goed begonnen, maakte naar iemand anders woorden een droomstart.

Tot er die ene uitspraak kwam die alles door elkaar schudde.

Hij ging over sociaal wenselijk gedrag stellen. En hoe ik niemand vooruithielp met het leegeten van m’n bord als ik het niet voor mezelf deed.

Wat daarna volgde was een kleine crisis in mijn hoofd én op m’n bord.

Opeens lukte het me niet meer om die 6 eetmomenten per dag vol te houden en mijn vochtinname daalde weer drastisch. Want de uitspraak gaf marge en voor mezelf en mijn lijf eten bleek dan toch nog moeilijker dan gedacht.

Gelukkig vind ik toch een restje interne motivatie terug dat net groot genoeg was om dit aan te geven.

Samen met een verpleegkundige herbekeek ik de door mij vooropgestelde doelen en stelden we enkele nieuwe afspraken op.

Dat was de praktische kant van de wirwar in mijn hoofd. Die was al niet evident.

Nu het nog doen.

Zucht.