Met tuiten

Vandaag was het een zware dag.

Na eerst heel de dag naar een moeilijk gesprek toe te leven, kwam er het heftige gesprek zelf.

Beiden energievreters en loodzwaar.

Ik startte het gesprek met een brief. Omdat dat mijn meest liggend werkinstrument is.

Nog voor ik mijn laatste zin gelezen had, was ik tranen met tuiten aan het huilen, en dat door de rest van het uur. Ik zei het al, heftig.

Uitgeput maar niet uitgehuild kwam ik een uur later uit het lokaal. Uitgeput maar ook opgelucht dat ik deze zwaarte nu minder alleen zal moeten dragen.

Advertenties

Perfectionist

De vele medicatie heeft een voordeel: het maakt van de perfectionist in mij, iemand met de concentratie van een vod.

Voor perfectionisme is er dus geen plaats meer in mijn leven.

Dit uit zich nog het meest van al in mijn zang, want daar heb je toch enige focus nodig.

Zoals vandaag bijvoorbeeld.

Ik geraakte in de wekelijkse repetitie (Jeej!) en merkte zelfs dat ik het leuk vond. Maar echt mee zijn en focussen zat er helaas niet in.

Partijen die normaal blijven hangen, speel ik keer op keer kwijt en een melodie op zicht lezen is nog moeilijker dan voordien.

Maar met een goeie dosis mildheid (van zowel mezelf als mijn omgeving volgens mij) lukt het mij dus om hiermee om te gaan.

Zingen

Morgen is het zo ver!

Na een (te) lange winterpauze, startte deze week de repetities van de vaste koren terug.

Eindelijk!

Al blijft het spannend of ik er geraak.

Die van donderdag moest ik skippen. Er werd gekozen voor rust. Naar die van morgen mag ik onder voorwaarden gaan, maar ik moet zelf de inschatting maken of het Oke is.

En zoals ik al eerder schreef: meer verantwoordelijkheden en beslissingsrecht is gelijk aan meer onzekerheid en onrust in mijn hoofd.

Maar ik neem me voor te gaan en er een spetterende repetitie van te maken.

Eindelijk terug zingen!

Uitvalsbasis

Na een bewogen week, lig ik nog steeds op de PAK.

Ik een dagelijks gesprek met de arts werd er geƫvalueerd wanneer ik eventueel de oversteek naar mijn gewone kamer terug zou mogen maken.

Vrijdag werd er voor dit weekend beslist dat die oversteek stilaan in gang gezet mocht worden.

De exacte bedoeling is dat ik zelf bepaal wanneer ik me veilig genoeg voel om tijd door te brengen op de kamer, maar dat mijn uitvalsbasis wel de PAK blijft.

En spannend dat ik dit vind!

Meer vrijheid is meer verantwoordelijkheid, en dat vind ik eng.

Het vertrouwen in mezelf en mijn inschattingsvermogen ben ik na al deze crisissen wel kwijt.

Maar het team gelooft er in, en dat sterkt me in mijn overtuiging dat dit wel zal lukken šŸ™‚

Melle

Vandaag kreeg ik slecht nieuws.

Sinds ik op de PAK verblijf, sprak ik de arts al elke dag om even te evalueren hoe het gaat en hoe het nu verder moet.

Een van die hoe-nu-verder- vragen was om eens even te polsen hoe het zit met de wachttijd in Melle.

Het is namelijk zo dat er daar een afdeling is waar ze residentieel met complexe trauma’s aan de slag gaan. En dat is in BelgiĆ« vrij uniek.

Ik sta er ondertussen al bijna 4 maand op de wachtlijst, maar omdat het zo een specifieke en kleine afdeling is, kwam vandaag het nieuws dat ik nog zeker een jaar moest rekenen tegen dat er plek zou zijn.

Een serieuze domper op de feestvreugde. En die was al quasi onbestaand.

Het is dus wachten geblazen en dat voorlopig nog vanuit de PAK.

PAK

Vier witte muren en een bed in het midden.

Een groot raam waardoor ik, achter de hoge tralies 2 bomen zie staan.

Boven mijn hoofd langs de ene kant een led-verlichting die ik naar kleur en wens kan instellen, langs de andere kant een camera van waarachter ze me monitoren.

Een nachtkastje, een tafeltje, een stoel.

Dat is de prikkelarme kamer (PAK) waarin ik me de laatste 24 uur bevind.

Om na de crisis van gisteren even tot rust te komen met de hulp van de juiste medicatie.

Concreet houdt dat tot rust komen veel slapen in, en dat is oke.

Want dat is wat tot nu toe het meest heilzame is gebleken: rust en slaap.

En dus breng ik nog een nachtje in de PAK door tot morgen alles opnieuw geƫvalueerd wordt.

Slaapwel.

Zus

Vandaag is zij jarig. De Benjamin van ons gezin. Mijn jongste zus.

23 wordt ze. Een heuse vrouw al. En tegelijk met de fierheid dat ze al 23 wordt, doet het toch ook heel veel pijn.

Van die 23 jaar waren er te veel waarin ik je niet zag, Franne. Te veel gemiste verjaardagen, te veel oud op nieuw niet samen gevierd. Te weinig gedeeld, te veel gemist.

En dat zeg ik zonder het wijzen met vingers. Zonder enige blaam. Dat zeg ik vooral omdat op dagen als deze, ik onze band nog meer mis.

Maar dingen liggen moeilijk, situaties zijn complex en het is wat het voorlopig is.

Weet alleen dat ik je enorm graag zie liefste zus!

Tumult

Sinds de verhuis naar Bierbeek was er veel tumult in m’n leven.

Ik zou terugkomen naar een geheroriƫnteerde afdeling. En dat mag je zeer breed interpreteren.

Toen ik hier toe kwam leek het alsof dat niets nog hetzelfde was.

Tumult dus.

Doorheen de afgelopen twee weken ben ik doorheen de bomen het bos weer gaan zien. Er zijn weldegelijk nog dingen zoals ik ze gewend was. Ze lopen soms enkel wat verloren in de chaos die gepaard gaat mer het fusioneren van afdelingen.

Naast de praktische rompslomp die voor tumult zorgt, is het soms ook echt wel druk op de afdeling.

Ik lig op de gesloten kant. Een kant waar mensen net dat tikkeltje meer structuur of controle nodig hebben. En ook dat zorgt soms voor tumult.

Een ruzietje of woordenwisseling die de nodige decibels met zich medebrengt, daar kijkt men hier niet van op.

Voor mij is dat wennen. Ik hou er niet zo van, van tumult.

Het liefst van al kruip ik dan weg in een hoekje. Of onder een deken.

Goed wetende dat er eigenlijk geen gevaar is, reageert mijn lijf wel op die manier.

Op dat moment probeer ik vooral mild te zijn naar mijn getraumatiseerd stuk. Want het is dat stuk dat opspeelt op die momenten.

Het is en blijft een work in progress. En dat terwijl ik vooral nood heb aan rust.

Diepe zucht..

Schuld

Vandaag voelde ik me schuldig.

Extra schuldig moet ik eigenlijk zeggen, want schuld is dagelijkse kost voor mij.

Ik besefte namelijk opeens hoe veel lieve mensen mij omringen, maar vooral hoe weinig energie ik in die mensen kan steken.

Het is niet van slechte wil, of ook niet van niet willen. Het is gewoon dat er naast het zorgen voor mezelf zo weinig energie over heb.

En hoe hard ik ook besef dat dat klinkt als een excuus en dat ik dan maar wat meer moeite moet doen, moest ik kunnen dan zou ik jullie allemaal dagelijks even horen!

Maar er is een energieschaarste. Eentje waartegen ik nu even niets kan doen.

Dus kies ik ervoor om voor mezelf te zorgen, heel vaak aan jullie te denken en de restjes energie goed in te zetten.

Met veel liefde!

Afscheidsbrief

Ik schreef een brief.

Niet dat dat zo speciaal is. Ik schrijf wel vaker in briefvorm.

Een brief naar mijn psychotische ik bijvoorbeeld. Of een brief naar een dader. Maar deze brief was speciaal voor mij.

Het werd een afscheidsbrief aan mijn eetstoornis. En wat voor een.

Er borrelde een kracht in mij naar boven die ik in deze periode vol donkerte, zwaarte en pijn al lang niet meer gevoeld had.

Niet dat het per se een mooie brief werd, maar er zat naast al die walg en haat ook vechtlust in.

Het is er dus eentje om te koesteren. Eentje om te lezen en herlezen op de zware momenten.

Ik koos er in eerste instantie voor om hem bewust nog niet te delen, maar waag de sprong dan toch!

Liefste, verdomde eetstoornis.

Oorlogsmakker in lang vervlogen tijden.

Ooit kwam jij om mij te doen overleven.

Ik herinner het me nog goed. Het trauma was net gestart en ik was vroeg wakker. Op mijn al iets minder onschuldige kousevoetjes sloop ik naar de keuken, waar ik begon te eten uit het niets. Ongecontroleerd stak ik de ene koek na de andere in mijn mond. Verschrikkelijk vond ik het. Toen al.

Doorheen de jaren verschoof je: niet eten voor lange tijd wisselde zich af met periodes van veel eten en braken. Maar wat het ook was, steeds controleerde jij mijn leven.

Je zorgde ervoor dat ik begon te liegen, je maakte van mij iemand met een dubbelleven waarin er voor liefde, warmte en genegenheid weinig plaats was.

Ondertussen ben je geen oorlogsmakker meer. Nu ben je enkel nog oorlog. Oorlog in mijn hoofd, oorlog in mijn lijf.

En laat net dat het zo verdomd moeilijk maken: je nestelde je in mijn lijf.

Het lijf dat ik zo verafschuw, zo verwens en zo van walg. Het lijf dat als het van mij afhangt gewoon verdwijnt.

Maar ik heb geen keuze. Verder met die homp is waar ik een leven en lang tot veroordeeld ben. Het verzorgen van iets dat ik niet aanraken wil. Het wassen van iets dat nooit rein wordt. Het voeden van iets waarvoor ik niet wil zorgen.

Oorlog dus, levenslang. Op zoek naar een nodenloos lijf.

En toch schrijf ik je deze brief, eetstoornis, om je te laten weten dat ik het niet meer kan..

Ik kan niet meer na elke maaltijd boven de wc gaan hangen of heel de dag bezig zijn met mijn voedselinname.

Ik kan niet meer vechten, ik wil niet meer vechten.

Als ik kon nam ik hier en nu afscheid van je. Dan zette ik je buiten bij het groot vuil of verfrommelde ik je in een zakdoek. Maar je bent geen voorwerp, je laat je niet zo makkelijk temmen. Jij nestelde je diep in mij.

Dat jou loslaten een gevecht wordt, staat vast. Je hebt immers altijd zo een grote, belangrijke functie in mijn leven gehad.

Maar ik ben bereid dit gevecht aan te gaan, hoe bang me dit ook maakt.

Want dat is mijn doel: een eetstoornis-arm leven. Een leven waarin ik niet moet liegen of bedriegen, maar gewoon kan zijn. Zijn tussen alle liefde en vriendschap die mijn omgeving me zo graag wilt geven maar die ik nog zo moeilijk aanvaard krijg.

Dus zet ik je volumeknop wat zachter, verdomde eetstoornis, zodat jij naar de achtergrond verdwijnt en ik mijn leven na 20 jaar vechten kan opnemen.