Indrukken

De praktische kant van de verhuis naar Melle had ik tot in de puntjes geregeld. Zo was er toch een beetje voorspelbaarheid die als tegengewicht kon dienen tegen al dat enge en nieuwe.

En dat dat nodig was!

Ik kwam hier gisteren toe en al die indrukken overvielen me wel. Ik was dan ook bekaf toen in ’s avonds in mijn nieuwe bed kroop.

De nacht vulde zich met nachtmerries, ik werd verward wakker.

Vandaag begon ik op een rustig tempo, woensdag voormiddag hebben we vrij. In de namiddag nam ik deel aan mijn eerste sessie en moest ik bij de huisarts langs.

Ik merk dat de prikkels me toch wazig maken en vind het moeilijk om in het hier en nu te blijven.Ik voel me wazig en dissociatie loert om het hoekje. Het stelt me wel gerust dat ze hier heel gekend zijn met zulke situaties.

Ik neem me voor om mezelf de nodige tijd te geven om wat te acclimatiseren, maar heb er op dit moment wel vertrouwen in dat ik hier iets ga kunnen doen!

 

 

Advertenties

Verhuis

Het wachten was een gewoonte geworden.

Vanaf de intake kreeg ik de boodschap dat het wel even kon duren voor ik op hun gespecialiseerde afdeling terecht kon. En dat was ook zo. Een half jaar werd een jaar en daar kwamen nog eens acht maanden bij.

Twee weken geleden belden we om nog eens te polsen, ik moest mikken op het eind van de zomer. En omdat we het wachten gewoon geworden waren, ging ik hier in Bierbeek verder aan de slag met mijn therapie.

Ik was dan ook verbluft toen ik vorige week het telefoontje kreeg dat er een plekje vrijgekomen was voor mij.

De planning van de volgende maanden kwam in een stroomversnelling. Ineens werd ik geconfronteerd met het moeten afscheid nemen van een plek waar ik de afgelopen eenentwintig maanden verbleef.

Mijn armen waren te kort om dit gegeven te omarmen, mijn hoofd te klein. Ik was even volledig van de kaart en stortte me voluit op het praktische van dit gegeven: inpakken, afscheidscadeautjes, koffer maken, vervoer regelen, afspraken van de komende weken afbellen, …

Het vertrek is met gemengde gevoelens. Ik laat een plek achter die mij de afgelopen twee jaar zo hard heeft geholpen. Ik moet afscheid nemen van het prachtig team dat met mij deze weg liep en vertrek naar een onbekende plek die niet bij de deur is.

Ik start deze nieuwe fase met een klein hartje, maar ik heb ook hoop!

 

Schrijfkamp

Nadat ik vorig jaar ijverig de blauwdruk van mijn boek schreef, bleef het daarna stil rond mijn project. Ik geraakte niet terug in de drive die ik ervoer toen ik hem schreef. Ik zocht naar een nieuwe adem. Nieuwe energie om verder te werken aan dit persoonlijk werk.

Dit weekend vond ik die adem.

Op weekend met een groep jongeren waar we door kleine opdrachtjes geprikkeld worden om te schrijven. En plezant dat dat is!

Hieronder een stukje, geschreven aan de hand van een afbeelding.

‘Maar hoe kom ik hier dan terecht?!’

Ze zucht, kijkt indringend en laat de stilte klinken.

Ik heb, op een hemdje en een slip na, niets aan. Mijn haar ligt warrig op mijn schedel, net zo warrig als de flitsten die door mijn hoofd schieten.

‘Of je al weet welke dag we zijn?’ vraagt ze nogmaals. Haar houding is streng en eerder gesloten. Ze zit op een gereserveerde afstand van mij.

‘Zond..? Neen, vrijdag. Ik ben er zeker van, denk ik.. Dat weet ik niet, neen.’

Gestamel, woorden die maar half uitgesproken worden. Alles wat gezegd wordt voelt scherp in deze waas.

‘Het is hier koud’ merk ik op. De planken vloer houdt de warmte niet vast en dat voel ik aan mijn blote voeten.

‘Het is al lang koud,’ zeg ik. ‘Koud in mijn ziel, koud in mijn hart. Ik weet niet wat, ik weet niet hoe… Ik wil slapen, maar kom er niet toe.’

Ze kijkt, blijf stil naast mij zitten en luistert. Minuten tikken voorbij. Ze vervliegen vluchtig. En toch voelt het aan alsof hier, in deze ruimte, de tijd stilstaat.

Weg van de wereld, in een cocon.

Ze blijft nog even bij mij. Ik weet niet hoe lang ze er al zit. Ik leg me neer en probeer te slapen.

Als ik wakker word, is ze weg. Ik lees op de lakens de naam van het ziekenhuis waarin ik me bevind. Ik heb geen idee hoe ik hier kom of hoe lang ik hier al ben. En ook daarvoor zit een groot gat in mijn geheugen.

Ik ben bang. Hoe past dit in het complot? En wie zit er achter die camera die op mijn bed gericht is?

Geklop. Ze komt binnen met een plateau met een eerder sober ontbijt. De geur van de kruidenkaas kruipt omhoog, mijn neus binnen. Ik voel mijn maag keren, mijn lijf speelt op en ik word ziek.

Warrig

Daar lig ik dan, onder de camera van de PAK. Wazig en niet ik het hier en nu, maar vooral heel angstig om mijn eigen, destructieve gedachten.

Ik moet plassen maar moet daarvoor uit het veilige zicht van de camera.

Ik durf het niet.

Het voelt aan alsof de externe controle het enige is wat mij veiligheid kan bieden. Op mezelf durf ik niet te rekenen, de beelden zijn te fel.

Ik vraag me af hoe ik in deze situatie terecht kom. Ik wurm me doorheen de waas in mijn hoofd, maar krijg geen vat op mijn gedachten.

Ik mis een stuk van de dag en heb geen idee wanneer de dissociatie exact begon.

De belevingen in mijn hoofd lijken echt, ik verzuip in de horror die ik voel. Ik ben zo bang.

Er wordt besloten over te gaan naar een afzondering, voor mijn rust en veiligheid.

Ik ben warrig en voel me gefaald.

Zucht!