Smurrie

Activering dus.

Allemaal goed en wel, maar wat dan met de wazige smurrie in mijn hoofd?

En hoewel ik naar het schijnt wel helderder over kom, blijft het balanceren op een slappe koord.

De laatste week neemt de onrust in mij toe. Ik voel weer meer drang naar dingen die mij op lange termijn niet helpen.

Een gekende strijd.

Ik sliep daarom alweer een aantal keer in de PAK, maar gisteren was het zo heftig dat ik voor het eerst in lange tijd weer verlangde naar de rust die ik vind in een afzonderingskamer.

Niet moeten bezig zijn met wat ik hoe kan doen. Gewoon rust.

Ik gaf het aan, sprak erover en na een goeie dut op mijn kamer was het heftigste weer weg.

Voor hoe lang weet ik helaas niet.

Advertenties

Actie

Activering,  dat is mijn moeders favoriete woord. Tot vervelens toe soms.

Dan heeft ze allemaal toffe taakjes, of vindt ze dat ik meer moet fietsen. Want dingen doen geeft voldoening.

En ik moet toegeven, ze heeft gelijk. Passiviteit gaat de lege, lome waas niet oplossen. Al is het zo verraderlijk om toch in die val te trappen van vermoeidheid weg te slapen.

Maar door de voorstellen van m’n moeder kom ik sommige dagen tot wat meer actie, in plaats van heel de dag te slapen.

Ik fiets de laatste tijd terug wat meer. Naar een hobby of naar huis. Of bijvoorbeeld zoals vandaag gewoon omdat het mooi weer is en het kan.

Ik maakte een mooie toer hier in de buurt. Hij was heuvelachtiger dan dat ik op voorhand had ingeschat, maar ik geraakte al die heuvels op.

En genieten dat ik deed!

 

Onvervangbaar

Ik wil een blog schrijven over hoe ik haar mis. Hoe zij gaten achter liet die niet te maken zijn.

Maar dat gaat niet, daar bestaan geen woorden voor. En dat is een wetmatigheid

Het enige iets of wat omschrijfbare is de grote leegte die ze nalaat in mijn leven. En de schok die ik voelde toen ze dit aankondigde.

Ik viel een beetje uit de lucht. Ik wist het niet omdat ik er niet attent genoeg op was geweest en waarschijnlijk heeft de waas in mijn hoofd die door de zware medicatie komt daar veel mee te maken.

Daarnaast was er ook mijn oervertrouwen dat ik het wel op tijd zou horen. En misschien poogde ze wel, maar ving ik het niet op. Het was alleszins een schok toen ze die resolute grens trok.

Sindsdien moet ik verder zonder haar. Ze laat een grote gapende leegte na. Ik voel hem in mijn hoofd, mijn lichaam en mijn zijn.

Ik wil niet de lastige uithangen en dus respecteer ik wel de aangegeven grens, hoe moeilijk dit me ook valt.

Het is absurd hoe hard je van een persoon kunt houden, zelfs in zo’n geval.

Maar ik blijf erbij: niemand beroerde ooit mijn hart zo zeer als zij. Dat is onvervangbaar en zal altijd een pijnlijk gemis blijven.

 

 

Slaap

Ze zeggen dat het door de warmte komt. Of door mijn vermoeiende vakantie van twee weken geleden. Of van de medicatie, dat is misschien nog het meest plausibel.

Mij maakt het niet uit van waar het komt, ik wil die vermoeidheid kwijt!

Mijn dagen starten tegenwoordig wel met een ontbijt. Opstaan lukt dus wel, maar na mijn ochtendritueel ben ik weer zo moe dat ik precies niet anders kan dan terug in bed kruipen.

Meestal slaap ik tot de middag. Dan wekken ze me om mijn hoofdgerecht te komen eten waarna ik meestal terug in mijn bed beland meet een boek, te moe om iets anders te doen.

Sommigen zijn van mening dat ik meer activering nodig heb. Ik kocht mij na de dood van mijn oude, vertrouwde studentenfiets een nieuw exemplaar. Mooi fel groen, maar vooral met een goede bol in de wielen. En dus rijd ik dagelijks naar Leuven. Om in beweging te blijven en thuis de handen mee uit de mouwen te steken.

Anderen zijn dan weer van mening dat ik met weer als dit in combinatie met mijn medicatie zo geen inspanningen mag doen.

Ik weet het zelf niet meer.

Mijn verstand zegt dat ik moet schrijven, naaien of iets dergelijks. Iets fysiek licht, en toch bezig zijn.Maar zelfs daar betrap ik me op starend zitten achter mijn bureau, niet wetend hoe lang ik al niets gedaan heb.

En dus gun ik mezelf vaak wat slaap overdag. Al was het maar om om niet te merken hoe moe ik ben.

Slapend merk je die dingen gelukkig niet.

Weerbots

En toen kwam hij, de weerbots.

Hij is er altijd wel na een weekend of week op buitenkunst. En van wat ik hoor ook niet alleen bij mij.

Op buitenkunst kom ik mezelf steeds weer tegen. Je experimenteert met kunst en daarbij bots ik steeds wel eens op mijn grenzen.

Na zo een week of weekend, ben ik niet enkel verrijkt, maar ook bekaf.

Ik ging er deze keer wel heel anders mee om. Niet door willesnilles door te gaan, maar ook niet door een ganse dag in bed te liggen.

Ik experimenteerde een beetje met het mild zijn naar mezelf en zocht naar de gulden middenweg.

En dat lukte.

Blokken van slaap wisselde zich van een blok geconcentreerd bezig te zijn en een blok fietsen naar Leuven en terug.

Heerlijk als het me lukt om er zo mee om te gaan!

Buitenkunst-pret

Weken lang had ik er me op verheugd: Buitenkunst.

Ik maakte lijstjes: lijstjes voor het eten, lijstjes voor de bagage en wie wat meenam, to-do-lijstjes, ..

Tot jolijt van velen, met enig gestress van anderen.

Vrijdag nam ik rustig de tijd om mijn 2 tenten op te zetten. Eentje met mijn slaapgerief, de andere als living voor iedereen die meeging vanuit Leuven. Ik was er klaar voor!

Ik koos zaterdag om een dag te gaan schrijven. In een tent waarin alle materiaal zo veel karakter heeft, kon het niet anders dan dat er prachtige odes aan de vriendschap geschreven werden.

Op dag twee koos ik ervoor om te gaan zingen – een buitenkunstperiode zonder zang zou ik voor mezelf zonde vinden.

Het werd solozang, gebracht voor 1 persoon. De hele dag gingen we Nederlandstalige nummers instuderen, maar vooral brengen voor elkaar. ‘s Nachts voerde ik mijn mini-concertje op voor iedereen die het wou. Daar, in het donkere bos en niets anders dan mijn stem. Ik vond het fantastisch.

Het was perfect.

Niet enkel door mijn voorbereiding, niet enkel door de living die ik meezeulde, niet enkel door de fantastische workshops, maar vooral door de mensen waarmee ik deze mooie dagen mocht delen.

Merci, merci, merci!

De wereld en ik

Vandaag veranderende ik van module. Eindelijk.

Ik had op voorhand niet ingeschat dat die ‘eindelijk’ achter die zin zou komen te staan. Alles wat in de buurt van zwaarte kwam, meed ik.

Zo dus ook de therapiesessie.

Ik was er niet klaar voor in mijn hoofd, hield alles graag bij het oude en gekende.

Maarbon, vorige week werd er in het miniteam samen met mij besloten dat ik naar de module ga waarin de doelstelling voornamelijk contact met de wereld is.

Hoe sta ik in de wereld? Welke rol kan ik opnemen? Wat zou een goede daginvulling zijn?

Allemaal vragen waarmee gewerkt wordt.

Geen intensieve groepssessies. Wel dingen uit het dagelijkse leven.

En voorlopig vind ik het prima zo.

Feest

Wat voor velen een namiddagje bij de familie zou zijn, voelde voor mij aan als een fantastisch feest!

Het begon met spelletjes spelen. Het was iets met 2 mollen en sabotage. Ik snapte er niets van en zette dan ook de doodsteek-zet.

Daarna ging het over in een lekkere , uitgebreide picknick (Thanks Franne!) en eindigde we weer met spelletjes.

Een topformule als je het mij vraagt!

Ik moet toegeven, zelfs na ons goed gesprek van een aantal weken geleden bleef ik het op voorhan spannend vinden.

Volledig overbodig, zo bleek vanaf seconde 1.

Ik ontspande en kon helemaal mezelf zijn.

Bij deze bewezen: Ze zijn echt de beste broers en zussen die ik me kan inbeelden!

Thuis

Het zomers weer doet wonderen.

Het kruipt onder mijn huid, ik voel het bewegen in m’n lijf, wat mij meer energie geeft.

Zo ga ik tegenwoordig met de fiets naar huis en kom ik ook op andere momenten al eens uit mijn bunker.

Die lijn trekt zich ook in mijn denken door.

Dat ik nog lang moet wachten op Melle, dat staat vast. Waar ik zal wachten is bijlange nog niet duidelijk.

Maar deze week gebeurde er iets speciaals.

Zomaar, uit het niets (of uit een stukje hoop?) kreeg ik het gevoel dat dat wachten niet per se in opname hoeft te zijn.

Voor velen misschien een onbenullige gedachte, maar voor mij was dit (gewoon al maar de optie kunnen benoemen) een heel grote stap.

Het is een gedachte die de eerst komende weken waarschijnlijk niets aan mijn parcours verandert. Maar het is er wel eentje om te koesteren.

Contentement

Ik ben herstellende.

Iets in mij ondergaat een licht proces van verandering.

Dat het een klein proces is, bijna niet te vatten, maakt het nog heel fragiel.

Ik merk vaak hoe een klein duwtje of druppel in de verkeerde richting nog steeds alles overhoop kan gooien. Of hoe momenten van dissociatie nog zo om de hoek loeren. Net zoals alle angsten en hallucinaties die ik blijf ervaren.

Maarbon, laat me nu even focussen op het positieve.

Ik voel me tussen de dutjes die mijn medicatie me nodig doen blijven hebben, wel wat lichter.

Het lukt me bijvoorbeeld steeds vaker om naar huis te fietsen (en dat ligt aan meer dan het weer alleen). Ik maakte de laatste weken ook weer enkele kledingstukken, het een al geslaagder als het ander. Maar er was een sporadische focus die er voordien niet was.

Het blijft wel zoeken naar een goed evenwicht tussen slaap en activiteit.

Maar ik ben een zoekend mens met wat contentement over hoe het nu loopt.