Boek 

Vandaag las ik een boek. 

Dat lijkt op zich niet zo spectaculair, maar dat is het wel. 

De afgelopen maanden kon ik deze hobby van mij namelijk niet meer uitoefenen. Ik las en herlas zinnen zonder te weten wat er stond. Met de concentratie van een vod poogde ik vaak maar slaagde ik niet. 

Tot vandaag. 

Het werd een thriller. Geen goeie, zo bleek ver voor halverwege al, maar ach. 

En natuurlijk waren er de nodige dutjes als de concentratie het even liet afweten, maar ook dat vond ik allemaal niet zo erg. 

Vandaag las ik een boek 😊

Advertenties

Too quiet 

Ik wil al een tijdje een blogbericht schrijven. Omdat het me fijn lijkt dat mensen op de hoogte zijn en blijven, maar ook omdat het me deugd zou doen. 

Maar er komt niets. Geen mooie woorden, geen ritmische zinnen.

(Enkel dat zinnetje uit mijn favoriet spelletje op de n64, gezegd vlak voordat de vijand genadeloos toeslaat: “it’s quiet, too quiet”. Maar dat zegt jullie waarschijnlijk niet veel.)

De crisis uit mijn vorige blogberichten bereidde zich uit. Het werd er zo eentje om U tegen te zeggen, al doe ik dat liever niet. 

Psychotische momenten wisselden zich af met momenten van volledig wazig en van de wereld zijn. Daarnaast staken er ook heel wat symptomen terug de kop op. 

Na medicatieswitch 1 kwam medicatieswitch 2. “Met een stevige dosis, zodat het hopelijk snel aanslaat.” Zei de arts van de afdeling waar ik nu verblijf. 

Zij had duidelijk meer hoop dan ikzelf. 

Maar de hoop was terecht, er is weldegelijk beterschap op psychotisch vlak na medicatieswitch 2. En ook de herbelevingen verdwenen terug wat naar de achtergrond. 

Maar u hoor me misschien al aankomen: stevige dosis = (mogelijks) stevige bijwerkingen. 

En ik heb weer prijs. 

Ik voel me lamgeslagen, volledig leeg. De creativiteit die ik daarvoor ervoer, verdween volledig. Mijn dagen vul ik met het binge-watchen van hersenloze series zodat er toch iets tegenover deze immense leegte staat. 

Daarnaast is ook de vervelende bewegingsdrang weer aanwezig. Het lijkt alsof er drank met spuit door mijn lijf bruist. En des te harder ik schud met mijn benen, des te rustelozer ik me voel. 

Ik ben deze cirkelbeweging waar ik in zit zo beu! 

Cocoonen

Een week, oftewel 168 uur. Zo lang ben ik nu al ontslagen uit het ziekenhuis. En van de 168 sliep ik er zeker 135.

Mijn dagen breng ik door in bed. Daar slaap ik de ondraaglijke momenten weg. Overdag droomloos, ’s nachts gevuld met nachtmerries. Vreemd hoe zo iets kan. Alsof mijn slaap onderscheid maakt tussen de ‘veilige’ dagen en die vreselijke nachten.

Ik ben al heel mijn leven een slechte slaper, maar soms gaat mijn lijf in een soort ‘trauma-modus’ waarbij alles te veel energie vreet en ik niet anders kan dan cocoonen in mijn bed. Weg van alle prikkels, weg van de angst.

Sommige mensen zeggen dat ik dat dan maar moet doen, de crisis weg slapen en dat gigantisch slaaptekort inhalen. Anderen vinden dat ik vlucht en dat ik terug in actie moet schieten. Beide groepen klinken even bezorgd.

Ik wou dat ik het aan mijn hulpverleners kon vragen: een objectief antwoord over wat dan goed of slecht zou zijn. Een soort van handleiding over hoe om te gaan met deze crisis. Maar het is vakantieperiode en dus zijn zij met verlof.

Daarnaast wil ik vooral dat het stopt.

Ik vocht al te vaak met dit monster. Al veel te veel werd mijn leven op z’n kop gezet door deze demonen. En hoewel je dan zou denken dat ik de nodige tools om dit te counteren wel onder de knie zou moeten hebben, baart oefening weinig kunst als je ’t mij vraagt.

Het lijkt alsof ik telkens weer beland in een staat van reddeloosheid. Alsof ik even weer een kind van 1,5 word: een beperkte taal, nog niet echt op mijn benen kunnen staan en vooral heel afhankelijk van zorgfiguren.

Misschien is het beste medicijn -in afwachting van de werking van de aanpassing van mijn neuroleptica- wel tijd. Mezelf de tijd gunnen om hulpeloos te zijn en mij laten omringen met zij die mij die tijd gunnen.

 

Het C-woord

HĂ©t gevreesde woord viel vandaag uiteindelijk toch. 

Chroniciteit. 

En hoe een afdeling voor mensen met chronische psychoses mij zou kunnen helpen op dit moment. 

Daar zat ik dan, verdwaasd. 

Ik weet natuurlijk ook wel dat ik ondertussen al ongeveer de helft van mijn leven met deze kwetsbaarheid leef en dat daarvan het merendeel een gevecht was, maar ik vond het toch bijzonder moeilijk om dit te horen. 

Chronisch. 

Ik voelde de hoop me zo ontglippen, want wat ik hoorde was een leven lang moeten vechten tegen deze demonen. 

Zucht. 

Zelfzorg

Het concept was veelbelovend: een mooie afsluiter van ons Utopia-jaar. Er was de bbq die eigenlijk een spaghetti-avond werd. En er was een vuurkorf en kaarsen aan de rand van het bos. 

Maar er waren ook de verschrikkelijke hallucinaties. Getriggerd door de schaduwen van het dansend kaarslicht werd de avond vooral een gevecht. 

En hoe meer ik probeerde om de gesprekken rond me te volgen, hoe eenzamer ik me voelde wegzakken in de gedachtenmoes in mijn hoofd. Angst om de realiteit te verliezen vermengde zich met de angst voor de schimmen. 

M’n liefste haar bezorgde vragen kwamen amper binnen, ik was vechtend en doodsbang.

Totaal uitgeput ging ik, in plaats van de volgende avond, in het midden van de nacht terug naar het cic.

Omdat zelfzorg soms ook inhoudt dat anderen voor je mogen zorgen. 

Brij

Het zingen wierp dubbele vruchten af.

Ik voelde me niet alleen een stuk rustiger, maar legde ook door de muziek mijn eerste prille contacten met de medecliënten. Niets groots, niets speciaal, maar de sporadische babbels doorbreken de eenzame, vermoeiende brij in mijn hoofd.

Want die is er helaas wel.

Mijn hoofd vult zich weer meer met achterdochtige gedachten en ook de hallucinaties nemen toe. En hoewel dat dit bekend is voor mij, blijf ik me verbazen over hoe moeilijk het is om op het moment zelf aan te geven dat deze gedachten en belevingen erger worden.

Het verzwijgen dat de psychotische elementen erger worden, werkt natuurlijk alleen maar nefast. En toch laat ik me nog makkelijk vangen in het isolement dat de kop opsteekt vanaf dat ik mij waziger ga voelen.

Ik weet wel dat dit net typisch is aan deze kwetsbaarheid: de achterdocht en de hallucinaties maken dat communiceren over de achterdocht en de hallucinaties moeilijk wordt.

’t Is een soep. Eentje waarvan ik serieus baal.

Maar er is beterschap op komst. Om de warrigheid wat te ontrafelen en te objectiveren, werk ik al een hele tijd met registraties. Hierin scoor ik een aantal dingen waar ik dagelijks op bots zoals de aanwezigheid van psychotische belevingen. Vrijdag haalde ik deze zelf aan in een gesprek. Vanaf nu gebruik ik deze documenten om aan te geven hoe het met me gaat.

Omdat erover praten me hopelijk toch wat meer in de realiteit houdt.

Wazig

Ik ben hier nu twee dagen. Twee wazige dagen waarin ik bots op mijn moeë, angstige zelf. En verdrietig, dat ben ik ook.

Tussen al deze mensen voel ik me des te eenzamer. Opgesloten in mijn eigen beperkingen en wantrouwen. Het is pijnlijk confronterend hoe snel ik me terug zo kwetsbaar ging voelen.

Met al die negatieve emoties is het makkelijk om terug te grijpen naar die oude, gekende patronen. Gewoon omdat ze meteen werken. Dat dit effect maar tijdelijk is en dat ik met die destructie mezelf niet help, besef ik maar al te goed.

En dus koos ik vandaag, na een moeilijke start, om tegen mijn angst in te gaan. Ik begon met uit mijn kamer te komen, want zelfs dat leek even onmogelijk. Daarna zette ik fight song van Rachel Platten op repeat en kreeg ik zowaar zin om te zingen. En dat terwijl mijn plezier in zingen al een aantal weken verdwenen was.

Ik vroeg om mijn gitaar en zong. Eerst aarzelend, bang van mijn eigen stem. Daarna uit volle borst.

De wazigheid verdween even en ik voelde wat welkome rust in de plaats.

 

Fragiel

Ik blijf me verbazen over hoe fragiel ik me opeens weer kan voelen.

Soms gaat het behoorlijk en voel ik me zelfs goed. Op een ander moment loopt het mis in mijn hoofd en lijf en geraak ik verstrikt in een neerwaartse spiraal waar ik nog steeds weinig vat op heb.

Ik leerde in al die jaren therapie natuurlijk wel hoe ik deze neerwaartse beweging sneller kan opsporen om vroeg genoeg in te grijpen, maar met de snelheid van de waterkolk waarin ik me nu bevind was weinig aan te vangen.

Het begon allemaal een aantal weken geleden met de bijwerking waar ik opeens last van kreeg. Deze was op zich wel snel over met de extra medicatie, maar het intens voelen van fysieke onrust maakte dat ik ging wankelen.

Slapen en eten werden gestuurd door angst en ik hield na het dagelijks gevecht met mijn achterdocht en schimmen niet veel energie meer over.

De onrust in mijn lijf sloot naadloos aan bij een van mijn gekozen doelen. Het thema drong zich wat vroeger op dan dat ik er klaar voor was, maar ik koos ervoor om hier toch volop mee aan de slag te gaan.

De band met mijn lijf is door alles wat ik meemaakte niet tiptop en dat het zwaar zou worden wist ik op voorhand al. Dat het de proporties zou aannemen die het uiteindelijk deed, had ik niet zien aankomen.

Na een hels weekend waarin ik enorm vocht tegen mezelf, werd er vandaag in overleg besloten om even een pauze in te lassen op het CIC in Gasthuisberg.

Ik baal enorm over die fragiliteit. Maar ze is er nu eenmaal en dus probeer ik op dit moment zo mild mogelijk te zijn naar mezelf en naar de zorg die ik nodig heb.

 

 

 

Alleen

 

Ik heb nood aan mensen om me heen en dat het liefst van al 24 op 24, 7 op 7. Waarom exact weet ik niet. Ik ben normaal iemand die best wel m’n plan kan trekken, maar nu voel ik me als ik alleen ben een hulpeloos klein kind.

Dit nare gevoel is er al een aantal weken. Ik link het zelf aan die verdomde bijwerkingen. Mijn lijf dat zo van zich laat horen vind ik verschrikkelijk moeilijk. De nieuwe medicatie helpt gelukkig wel tegen de bijwerking, maar mijn gevoel schiet sinds dien alle kanten uit.

En dus loop ik tot vervelens toe achter mijn huisgenoot na of ga ik 3 uur voor mijn mondeling examen al naar de school om met m’n medestudenten praatjes te slaan.

De timing van dit opwellend gevoel is niet ideaal: De grote vakantie komt er aan. Alle sociale activiteiten doen een zomerstop en vriendinnen die op kot zitten gaan naar huis.

Dat worden twee lange maanden..

 

 

Boosdoener

Toen het geraas niet beter werd, besloot ik toch maar even m’n arts op te bellen. Goeien bal bleek achteraf want het zou gaan om een bijwerking van de recent verhoogde medicatie. 

Tot nu toe vielen in al die jaren dat ik medicatie neem mijn bijwerkingen al bij al mee. Op wat tremor, gewichtstoename en een suf hoofd na bleef ik gespaard van die gruwellijsten die je in de bijsluiter leest. 

Maar daar kwam dus verandering in. 

De afbouw van de boosdoener werd ingezet en vanaf morgen neem ik een medicament dat zou moeten compenseren. Een oplossing is dus in zicht. 

Ik hoop dat dit snel over gaat!