Voltijds

Een week voltijds therapie volgen wordt wel eens vergeleken met een voltijdse job.

Ik kan inderdaad niet ontkennen dat dit zwaar is, maar het niet zo milde stuk voor mezelf vind dat ik vooral niet flauw moet doen.

En waar een werkende mens het weekend vaak als rustpunt ziet, is dat bij ons ook de bedoeling.

Daar loopt het soms mis.

Ik val niet graag stil. Dan komen er te veel gedachten en beelden. De zo onder controle gehouden gevoelens krijgen dan de kans om zich volop te laten voelen. En dus plan ik in mijn dagen weinig rustpunten in.

Op zo’n momenten merk ik dat ik vooral bezig wil blijven. Ik naai langer dan dat ik er plezier van heb en ik ruim op wat al lang in orde was. Als er dan niets meer te doen is, loop ik wat verloren te dwalen. Ook bij het gaan slapen is er dan een verschrikkelijke drempel die ik over moet.

Niet kunnen rusten is niet alleen lastig, het wreekt zich na een tijd ook. Ik geraak overprikkeld en verlies de voeling met het hier-en-nu.

Het is een gekend werk- en groeipunt dat er al een hele tijd is en waarschijnlijk nog een hele tijd zal zijn.

En daar baal ik om!

Advertenties

Hoofd

Ik voel dat ik in mijn hoofd zit.

Kan je dat echt voelen of is dat iets dat je weet?

Ik voel niet veel, maar denk wel na over mijn lijf. Ik denk aan de pijnen, de krampen en de last die ik doorheen de dag gevoeld heb. Ik denk aan wat ik vandaag gegeten heb, of eerder wat niet. Daarbij bedenk ik me dat letten op melkproducten weer voor een hyper-focus binnen mijn eetpatroon gaat zorgen.

Ik voel ondertussen dat het water dat over mijn schouders loopt, warmer wordt. Het doet deugd, mijn lichaam ontspant voor even.

Ik besef dat ik in mijn lijf zou moeten zitten, maar ook dat speelt zich enkel in mijn hoofd af.

Op automatische piloot werk ik mijn lijstje af: haar wassen, zeep op mijn armen, op mijn romp, .. Steeds hetzelfde ritueel, voor de rust.

En ook dat is beredeneerd met mijn hoofd.

Ik gruwel van het feit dat ik vandaag het plaksel van mij moet prutsen. Te confronterend. Even schieten er beelden door mijn hoofd, ik verkramp.

Ik stap uit de douche, droog mij af. En weer werk ik hierbij een lijstje af. Mijn automatische piloot is sterker dan mijn kracht om te durven stilstaan.

Ik overleef de douche.

Eens op de gang merk ik dat er een man voor Adelheids bureau zit. Mijn hoofd vult zich met angst, mijn lijf volgt.

Ik schiet gelukkig sneller in mijn kamer dan dat ik in het ‘toen en daar’ schiet. Ook deze hindernis overleef ik hierdoor.

Ik voel me bang. Mijn lijf verkrampt. Hierdoor krimpt het, alsof ik ook letterlijk jonger word. Ik oriënteer me in mijn kamer.

Één juli, tweeduizendnegentien. Mijn veilige kamer op Umoja. Melle.

De knoop in mijn buik verdwijnt, ik tel mijn uitademhalingen.

Ik weet niet zeker of ik dit een overwinning wil noemen.

& Sun

‘Of ik een portfolio heb van mijn naaicreaties?’

Die vraag kreeg ik van een enthousiaste verpleegkundige. Ik bedacht me toen – weeral- dat ik te weinig foto’s neem van wat ik maak.

En dus was er een plan: een heuse fotoshoot in de mooie tuin van een koorvriendin.

Als fotograaf ben ik gezegend met een beste vriendin mét talent. Die shoot kwam er dus op een bloedhete, mooie dag.

Als eerste een wikkelkleed uit La Maison Victor. Ik koos voor een iets zwaarder vallende punta di roma in een van mijn favoriete kledij-kleuren: oker. Het kleed werd een succes, ik draag het dan ook heel graag.

 

Als tweede een pull. Het patroon haalde ik uit ‘I love sweaters’. De beide stoffen hebben glinsters in zich en laat dat iets zijn wat ik niet vaak draag. Deze pull werd zelfs met glitters toch een favoriet van mij!

Het volgende kleedje stelde ik zelf samen van twee bestaande patronen uit de Knip die ik op maat aanpaste. Het werd mijn eerste kleedje dat ik maakte en doordat het op maat getekend is, draag ik dit super graag. Ik maakte ondertussen al enkele versies. Hieronder een zwart in punta di roma en eentje in een lichte tricot.

Ik ken mensen die gruwelen van een patroon meerdere keren maken. Ik heb dat niet. Een patroontje dat als gegoten zit, durf ik (zoals het vorige kleed) in veelvoud te maken. Zo ook de volgende T-shirt.

Ik kocht enkele couponnetjes stof en puzzelde twee shirtjes samen.

Naast al die kleedjes en T-shirts, waagde ik mij ook eens aan een broek. Het was een berekende gok, want meestal passen broeken mij niet. Ik koos een eerder goedkoop stofje voor een proefversie uit en maakte deze short.

Een paperbag en twee toffe zakken die afgewerkt werden als riemlussen, ik vind hem alvast top!

Een patroon in een goedkoop stofje maken om de maat en het patroon te checken, het is een vaak gebruikte truc van mij. Zo ook bij deze jas.

Het proefmodel in katoen werd echter zo een mooi afgewerkte jas, dat ik besloot hem toch te dragen en de softshell-versie uit te stellen tot het terug wat slechter weer wordt.

Ik had te weinig petrol-stof en improviseerde met andere kleuren. Het ging toch geen jas worden om te dragen, zo dacht ik. En net die andere kleuren maken hem des te leuker!

De jas heeft twee mooi weggewerkte zakken mét rits en een afneembare kap. Ik vind het een zalige zomerjas!

Voila, enkele stukken die ik voor mezelf maakte. Merci voor het leuke plan, merci voor de leuke locatie en merci voor de mooie foto’s!

De cadeau-stukken fotografeerde ik niet, maar de ontvangers mogen mij steeds een fotootje sturen!

 

Tai-chi

In de sessies lichaamswerk is het de bedoeling om met je lichaam als instrument aan de slag te gaan. En dat is niet evident als je je lijf zo slecht aanvoelt en je zo een slechte relatie hebt als ik met het mijne.

Het is heet en dat maakte dat we een rustige activiteit uitzochten. Het plan: tai-chi.

De bedoeling was om via rustige bewegingen en ademhalingsgewaarwording in contact komen met jezelf. En daar liep het mis.

De confrontatie met mezelf vind ik super moeilijk. Bewust worden van je lijf en alles daarrond, triggert mij enorm.

Ik speelde de realiteit kwijt. Het werd wazig in mijn hoofd, mijn zintuigen lieten het afweten en ik geraakte de tijd kwijt.

Ik weet niet wat ik het meest frustrerend vind: het feit dat ik mezelf bescherm of hoe dit gebeurt.

Het maakt dat ik wankel in mijn motivatie: dit slechte gevoel wil ik niet opnieuw opzoeken.

En toch weet ik dat dat hetgeen is dat ik moet doen.

Zucht!

Waterpret

Het zijn zware tijden.

In therapie bots ik voortdurend tegen mijn strenge innerlijke criticus. Ik stel mezelf en alles rondom mij heel de tijd in vraag, pieker en voel vooral veel.

Een van de eerste dingen die je doorgaans in therapie leert, is dat zelfzorg tijdens je parcours heel belangrijk is.

En dus nam ik dit weekend even tijd voor mezelf, samen met mensen waarbij ik me goed voel.

Op de planning: een heuse zwembad-BBQ met de koorvriendinnen, een frisse ochtendduik op een eerder middags uur en een goed boek in mijn hangmat.

Voor haar

Soms wou ik dat ik meer kon doen. Dan moet er van alles gebeuren in het appartement, maar weet ik niet hoe.

Soms wou ik dat ik meer kon doen. Dan heeft er iemand een slechte dag, loopt alles in het honderd en kan ik niet meer doen dan toekijken.

Soms wou ik dat ik meer kon doen. Dan heeft die vriendin het verdomd zwaar en kan ik niets veranderen aan de situatie.

Soms wou ik dat ik meer kon doen. Dan lees ik over hoe zij nu al even vecht voor haar leven. Hoe de artsen het al bijna opgegeven hebben, maar ik hoop dat die laatste kans toch nog baten kan.

Dan kan ik niet meer doen dan hopen, kaarsjes branden en er zijn. Al wou ik dat ik meer kon doen!

Koud

Soms is er een deel van mij dat wilt dansen. Geprikkeld door een aanstekelijk melodietje dans ik dan stiekem op mijn kamer.

Soms is er een deel van me dat muziek tot in haar tenen voelt. Vrolijk neurie ik mee. Even denk ik niet na en vergeet ik.

Het is raar zo iets lijflijks te ervaren terwijl mijn wereld meestal bestaat uit mijn ratio en mijn hoofd.

Soms is er een deel van mij dat het koud heeft. Verlangend naar een omhelzing nestel ik mij in mijn bed, bij gebrek aan beter. Onder de warme lakens kom ik tot rust.

Soms is er een deel in mij dat verlangt naar jou. Eenzaam kruip ik weg, wachtend op jouw warmte.

Broek

Ik naaide een broek. Niet zomaar een broek: een hippe rolstoel-jeansbroek. Omdat de winkel-rolstoelbroeken gigantisch duur zijn en omdat ik haar graag heb.

Zij is een vriendin. Zo eentje waarmee ik graag babbel en steeds een luisterend oor vind.

Als bedankje kreeg ik een nieuwe quote op mijn motivatiebord. Eentje met een vraag om mildheid.

Omdat zij mij kent.

Tijd kwijt

Tijd kwijt zijn, het overkomt me steeds meer. Of ik word er mij meer bewust van, dat kan ook. Gesprekken kan ik bijvoorbeeld niet terug oproepen en er zitten gaten in mijn herinneringen.

Ik ervaar het als behoorlijk eng, want ik ben iemand die alles zo goed mogelijk probeert onder controle te houden. En daar knelt het schoentje: hoe meer ik onder controle probeer te houden, hoe meer ik de controle kwijt speel. Of om het met de woorden van een van mijn therapeuten te zeggen: het zijn de onderdrukte, gecontroleerde emoties die je in crisis doen gaan, niet de geuite.

En dus probeer ik toe te laten. Ik luister naar de nood die zich naar buiten wurmt en ga hier zo goed als ik kan mee aan de slag.

Dat is voorlopig nog met kinderstapjes. En dat mag je letterlijk nemen, want heel veel van het wurmende gevoel heeft te maken met kindstukken in mij die zich laten horen. Ik ben dus op zoek naar hoe ik deze stukken aan het woord kan laten zonder dat ze zich onveilig moeten voelen. Want dat leerde ik hier al: om in contact te komen, moet er veiligheid zijn.

Ik kreeg de tip om na te gaan hoe oud kleine Liisa is en voor die leeftijd aangepaste activiteiten op te zoeken. En dus ga ik op zoek naar aangepaste manieren om in contact te komen met dat stuk van mij.

Voorlopig met wat weerstand van mijn ratio, want die vindt het allemaal maar raar. Maar ook met hoop. Hoop op beterschap en warmte voor het kind.

Zwemmen

Ik voel me wazig en vind dat eng.

De omgeving lijkt te zweven, ik draai en voel me afgesloten van de rest.

Ik wou dat ik iets aan dat zweven kon doen, maar het herkennen van deze wazigheid is al een eerste stap in het voorkomen van dit gevoel. En dus oefen ik volop in het registreren van mijn gewaarwordingen en deze in het hier en nu te plaatsen en ervaren.

Hierdoor merk ik op dat er allerlei dingen latent spelen. Er zijn de zware therapieën die mij confronteren met mijn binnenwereld en die hierin aan het porren zijn. Alsof er in een brouwsel geroerd wordt waardoor dit terug begint te pruttelen.

En laat ik net die dingen zo stellig mogelijk vermijden.

Mijn binnenwereld maakt me bang. Oude monsters, verschrikkelijke pijnen en een gigantische angst houden huis in een diepe, ingemetselde kern in mij. Omringd door een stevige muur, probeer ik ze zo goed mogelijk te temperen. Maar de therapie is zwaar en graaft zich in in mijn kern.

En dus moet ik op zoek naar goeie copingstrategieën om met dit borrelend, overlopend brouwsel om te gaan. Een manier om naar deze emoties en hun boodschap te luisteren en hiernaar erkennend te handelen.

Want het is zwemmen of verzuipen.